Cas kende elk ziekenhuis van binnen en van buiten. De geur van ontsmettingsmiddel was hem vertrouwd, bijna geruststellend. Elke keer dat hij een steek voelde in zijn buik of een tinteling in zijn arm, sloeg de paniek toe. Zijn hart bonsde, zijn adem stokte, en de gedachte kwam als een bliksemschicht: “Er is iets mis met mij.”
Tien therapeuten verder kende Cas zijn klachten uit het hoofd. Hij kon uitleggen wat hypochondrie was, hij wist alles van stress, ademhaling en paniekreacties. En toch bleef zijn lichaam hem elke dag waarschuwen. Alsof het fluisterde: “Pas op, dit is je laatste dag.”
Tot hij op een dag bij een nieuwe therapeut terechtkwam. Een rustige vrouw die niet meteen vroeg naar zijn symptomen, maar naar zijn verhaal. Ze keek hem aan en zei:
“Cas, vertel me eens, waar in jouw familie speelt angst voor ziekte of dood een rol?”
Die vraag bleef hangen. Hij had er nooit over nagedacht. Thuis werd weinig gepraat over emoties, maar veel over ziektes. Zijn oma had altijd gezegd: “Bij ons in de familie gaan mensen plotseling dood.” Zijn moeder had elke verkoudheid behandeld alsof het iets ernstigs was. Er zat angst in hun bloed, onzichtbaar, maar erfelijk.
In de weken die volgden begon Cas te begrijpen dat zijn angst niet uit het niets kwam. Het was geen irrationele paniek, maar een echo van generaties voor hem. Mensen die verlies kenden, ziekte, plotselinge dood. Hun onverwerkte angst had zich genesteld in zijn lichaam, als een herinnering die nooit was uitgesproken.
Langzaam veranderde er iets. Cas merkte op dat hij niet meer meteen in paniek raakte bij elk signaal van zijn lichaam. Soms legde hij een hand op zijn borst en zei zacht: “Ik hoor je, maar ik laat mezelf niet meer gek maken.” De angst verdween niet helemaal, maar verloor wel zijn macht. Hij begon te voelen dat zijn lichaam niet zijn vijand was, maar een boodschapper.
Cas had zichzelf voorgenomen om te denken bij iedere nieuwe dag: leef alsof het je laatste dag is vandaag. Alle trauma's die hebben plaatsgevonden bij Cas in zijn leven zijn niet van hem zelf, dus kunnen ze als cadeautjes teruggegeven worden. Cas durft eindelijk te kijken naar wie hij in werkelijkheid is, zonder daarbij te wijzen naar wie dan ook.
Op een avond zat hij buiten, onder de sterren. Voor het eerst in lange tijd voelde hij rust. Hij dacht aan zijn familie, aan al die mensen die hadden geleefd in angst om dood te gaan. En hij fluisterde: “Ik laat het los. Jullie mogen rusten, maar ik ga leven.”
In dat moment begreep Cas iets wat geen therapie hem eerder had geleerd:
Soms geneest de angst niet door hem te bestrijden, maar door te luisteren naar waar hij vandaan komt.
Blog 94
Laura Potters
SeeZen

Reactie schrijven
Pity (woensdag, 12 november 2025 11:44)
Wat heerlijk dat Cas jou gevonden heeft, Laura